Overslaan en naar de inhoud gaan
verwerkt
Aan

Wordt Trump de katalysator voor de gewenste omslag in onze economie waar we al zo lang vergeefs op wachten?

Leestijd:
3 minuten
Afbeelding
Paul de Beer

President Trump heeft met de afkondiging van hoge invoertarieven wereldwijd de beurskoersen doen kelderen. Alom bestaat de vrees dat de wereldhandel, zeker als veel handelspartners met tegenmaatregelen komen, zal instorten. Een halve eeuw van ‘globalisering’, waarin de wereldhandel groeide van 13% van de mondiale economie in 1970 naar 30% in 2023, lijkt daarmee ten einde te komen.

Dat is extra zorgelijk voor een sterk exportgericht land als Nederland. Internationale handel heeft ons tot een van de welvarendste landen ter wereld gemaakt. Zestig procent van wat we in Nederland produceren wordt geëxporteerd. Als de wereldhandel instort, dreigt Nederland onevenredig zwaar getroffen te worden.

Maar zijn we niet te afhankelijk geworden van internationale handel? Natuurlijk, Nederland kan nooit een autarkie worden en moet dat ook niet willen. Maar er zijn – geheel los van de politiek van Trump – goede redenen om kritisch te kijken naar de sterke exportoriëntatie van de Nederlandse economie. Exporteren is niets anders dan produceren voor het buitenland. Dat doe je alleen omdat het de middelen verschaft om goederen en diensten te importeren die je niet zelf kunt produceren – of alleen tegen hoge kosten.

Op de lange termijn zouden export en import dus ruwweg in evenwicht moeten zijn. Maar de Nederlandse export is al decennialang aanzienlijk groter dan de import. In 2000 bedroeg het handelsoverschot 7% van het bruto binnenlands product, in 2023 was dit opgelopen naar 11%.

Dat we in het verleden een handelsoverschot hadden, was logisch. Omdat de Nederlandse bevolking op termijn zou ‘vergrijzen’, bouwden we met een handelsoverschot in het buitenland vermogen op. Daarmee zouden we later, als een groot deel van de bevolking met pensioen was, consumptiegoederen uit het buitenland kunnen betalen.

Maar nu de bevolking, een halve eeuw later, inderdaad is vergrijsd, produceren we nog altijd meer voor het buitenland dan voor onszelf. Dat is des te merkwaardiger omdat er sprake is van personeelstekorten. Daarom trekken we massaal arbeidskrachten uit het buitenland aan om hier tomaten te plukken en chipsmachines te maken die we vervolgens weer exporteren. En ondertussen kampen essentiële binnenlandse sectoren zoals de zorg en het onderwijs met een tekort aan personeel.

Daar komt nog bij dat veel exporterende sectoren – zoals landbouw, voedingsmiddelen-, aardolie- en chemische industrie – niet uitblinken in duurzaamheid en een groot aandeel hebben in de uitstoot van broeikasgassen en stikstof. Door minder te exporteren en meer te importeren zou de consumptie van de Nederlandse bevolking op peil kunnen blijven, zou personeel worden vrijgemaakt voor essentiële diensten en zouden we aanzienlijke vooruitgang boeken in het realiseren van onze klimaatdoelen.

Wordt Trump de katalysator voor de gewenste omslag in onze economie waar we al zo lang vergeefs op wachten?

Oorspronkelijk gepubliceerd door

Wiardi Beckman Stichting
    Is Trump een zegen voor de Nederlandse economie?|Word vriend